Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:PHR:1999:4.

Uw Raad oordeelde in deze zaak dat hetgeen het Hof had vastgesteld geen andere conclusie toeliet dan dat de aansprakelijk gestelde aan zijn slachtoffer zodanig geestelijk letsel had toegebracht dat zij als gevolg daarvan niet in staat was geweest haar vorderingsrecht uit te oefenen. Uw Raad overwoog dat daarin ligt besloten dat de onmogelijkheid van het slachtoffer om dat vorderingsrecht uit te oefenen niet aan haar kan worden toegerekend doch geheel voor rekening dient te komen van de aansprakelijk gestelde, zodat het Hof niet blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de te oordelen dat de voor de verjaring gestelde termijn niet is gaan lopen in de periode waarin het slachtoffer niet in staat was haar vordering te doen gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939, en de alinea staat in dat document op bytes 7028 tot 7795.