Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999
Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:PHR:1999:4.
De vader heeft ontkend dat er sprake is geweest van kindermishandeling. Hij heeft zich voorts op verjaring beroepen, stellende dat het vorderingsrecht van de zoon per 1 januari 1993 is verjaard op grond van de vijfjaars-termijn en bovendien, voorzover het de gebeurtenissen betreft van vóór 20 mei 1974 (de dag twintig jaar vóór de dag van de aansprakelijkstelling), op grond van de twintigjaars-termijn van art. 3:310 lid 1 BW. De zoon heeft zich daarentegen erop beroepen dat de vijfjaars-termijn pas ingaat op het moment waarop hij in staat was over zijn ervaringen te spreken en bovendien stappen tegen zijn vader te ondernemen, aangezien pas op dat moment sprake is van ‘’bekendheid’’ met de schade als bedoeld in art. 3:310 lid 1 BW; hij stelt dat hij pas medio 1993 in staat was zijn vader aan te spreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939, en de alinea staat in dat document op bytes 8920 tot 9758.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939 | shasum -a 256