Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:PHR:1999:4.
4. De vader heeft tegen dit tussenvonnis principaal appèl ingesteld, de zoon incidenteel appèl. De vader stelt dat de Rechtbank de regeling inzake de twintigjaars-termijn onjuist heeft toegepast en voorts heeft miskend dat de vordering van de zoon ingevolge de vijfjaars-termijn op 1 januari 1993 is verjaard, althans heeft miskend dat de zoon de bewijslast dient te dragen van zijn stelling dat zijn wetenschap van de schade pas dateert van zovele jaren na de objectieve gebeurtenissen die hij als oorzaak aanwijst. De vader verwijst in dat verband naar het door de zoon zelf overgelegde rapport dat op 18 maart 1988 door de GMD is opgesteld; hij betoogt dat daaruit blijkt dat de zoon toen reeds het causaal verband onderkende tussen zijn (toenmalige) arbeidsongeschiktheid en sociale problemen enerzijds en zijn jeugd anderzijds.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939, en de alinea staat in dat document op bytes 11739 tot 12587.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939 | shasum -a 256