Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:PHR:1999:4.

De zoon is gebleven bij zijn stelling dat hij niet eerder dan medio 1993 in staat is geweest tot het nemen van rechtsmaatregelen tegen zijn vader; hij betoogt dat de vader eraan voorbijziet dat het GMD-rapport bij hem geen ‘’bekendheid’’ teweeg heeft kunnen brengen aangezien hij pas eind november 1995 met de inhoud daarvan bekend is geworden. In zijn incidenteel appèl betoogt hij dat de Rechtbank zijn vorderingen terstond had moeten toewijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939, en de alinea staat in dat document op bytes 12608 tot 13078.