Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:PHR:1999:4.

‘’ 4.3 Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade veroorzaakt is. Toepassing van deze termijn op de vordering van [verweerder] (de zoon; DVL) voert tot de conclusie dat vergoeding van schade veroorzaakt door gebeurtenissen vóór 20 mei 1974 niet meer aan het oordeel van de rechter kan worden onderworpen. In zoverre was zijn vordering reeds verjaard op 20 mei 1994. Wat overblijft, is zijn vordering strekkende tot vergoeding van schade veroorzaakt door gebeurtenissen in de periode van 20 mei 1974 tot het moment dat [verweerder] in 1976 de ouderlijke woning heeft verlaten. In die vordering kan [verweerder] worden ontvangen, tenzij op andere gronden moet worden aangenomen dat deze vordering verjaard is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939, en de alinea staat in dat document op bytes 13358 tot 14214.