Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:PHR:1999:4.

4.5 [verweerder] heeft zich erop beroepen dat de ernst van de problematiek die er in zijn jeugd tussen zijn vader en hem bestaan heeft, heeft meegebracht dat hij er pas medio 1993 over kon spreken. Pas toen, zo begrijpt het hof zijn standpunt, kon hij spreken over de verantwoordelijkheid die zijn vader zijns inziens voor de ontstane schade droeg, en kon als gevolg daarvan redelijkerwijs van hem worden verlangd dat hij een rechtsvordering tegen zijn vader zou instellen. (…).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939, en de alinea staat in dat document op bytes 14588 tot 15125.