Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:PHR:1999:4.

Het onderdeel miskent dat voor de verjaring op grond van de in art. 3:310 lid 1 BW voorziene termijn van twintig jaar die aanvangt vanaf de ‘’gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt’’, met het oog op de vereiste rechtszekerheid onverschillig is of de gelaedeerde bekend is met schade en de daarvoor verantwoordelijke persoon, zoals valt af te leiden uit Uw arrest van 3 november 1995, NJ 1998, 380 m.nt. CJHB en uit Uw meergenoemde arrest van 23 oktober 1998; zie overigens Asser-Hartkamp 4–I, 1996, nr. 674. Het Hof heeft vanaf de handeling die als stuitingshandeling kon worden gekwalificeerd twintig jaar teruggeteld om te beoordelen in hoeverre de vordering is verjaard. Dat is in dit geval niet onjuist nu complicaties is de sfeer van schorsing of verlenging ontbreken, zoals hierna zal blijken. Van een onlogisch of innerlijk tegenstrijdig oordeel is geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939, en de alinea staat in dat document op bytes 29637 tot 30536.