Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 april 1999, ECLI:NL:PHR:1999:4.
Ook dit middelonderdeel faalt. Aan de steller van het middel kan worden toegegeven dat naar oud recht de verjaring tegen een minderjarige ingevolge art. 2024 (oud) BW was geschorst (niet kon beginnen noch voortgaan gedurende de minderjarigheid), zodat de dertigjarige verjaring van art. 2004 (oud) BW pas op [geboortedatum] 1979, de dag waarop de zoon meerderjarig werd, een aanvang kon nemen. Ingevolge art. 73 Overgangswet nieuw BW bleef deze termijn tot 1 januari 1993 van kracht. Vanaf die datum werd art. 3:310 BW in volle omvang van toepassing. Van verlenging van de verjaringstermijn op grond van art. 3:320 juncto art. 3:321 lid 1 aanhef en onder b kan geen sprake zijn omdat de zoon al in 1979 meerderjarig is geworden. Ingevolge art. 121 lid 2 Overgangswet wordt de verjaring geacht nimmer geschorst te zijn geweest. Met name dat laatste wordt door het middelonderdeel miskend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939, en de alinea staat in dat document op bytes 33056 tot 33957.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eedc9d8545a6dc068f654a02bfcf7fab70f66a76539e94401eec4c465fd69939 | shasum -a 256