Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:2.

4. De procesgang in hoger beroep is als volgt verlopen. De eerste zitting in hoger beroep was op 18 mei 1999. Op die zitting heeft verdachte een uitvoerige verklaring afgelegd en zijn drie getuigen, waaronder de aangeefster, gehoord. Vervolgens heeft het hof het onderzoek geschorst voor bepaalde tijd teneinde (onder meer) enkele getuigen te horen. Vóór de daarop volgende terechtzitting heeft de raadsvrouw van verdachte in een op 18 augustus 1999 ingekomen brief aan de voorzitter verzocht om aanpassing van het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 mei 1999. De voorzitter van de strafkamer heeft op 30 augustus 1999 geantwoord dat hij op grond van de brief van de raadsvrouw geen aanleiding zag het proces-verbaal aan te passen en heeft gewezen op de mogelijkheid het verzoek ter terechtzitting te herhalen. Op de eerstvolgende zitting, 28 september 1999, was de raadsvrouw van verdachte niet aanwezig en is de behandeling van de zaak aangehouden. Ter zitting van 25 januari 2000 heeft de raadsvrouwe blijkens de pagina's 4 en 5 van haar pleitnota dit verzoek herhaald. Noch in het proces-verbaal van de terechtzitting, noch in het bestreden arrest is een beslissing op dit verzoek te vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22, en de alinea staat in dat document op bytes 7446 tot 8664.