Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:2.

6. Artikel 326 bepaalt in lid 2 dat het proces-verbaal der terechtzitting de zakelijke inhoud van de verklaringen van getuigen, deskundigen en verdachten behelst. Op vordering van de officier van justitie of verzoek van de verdediging wordt een verklaring woordelijk opgenomen en voorlezing gedaan, voor zover dit de grenzen van het redelijke niet overschrijdt. Verder kan de voorzitter gelasten dat van enige omstandigheid, verklaring of opgave aantekening wordt gedaan en kan daarom door de rechters, de officier van justitie of de verdediging worden verzocht, art. 326 lid 3 en 4.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22, en de alinea staat in dat document op bytes 8996 tot 9592.