Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:2.

‘’Dit artikel bevat een waarborg voor de officier van justitie en de verdachte dat door de rechter aan hun ter terechtzitting gedane vorderingen en verzoeken niet wordt voorbijgegaan. Dit voorschrift is in de opvatting van de commissie over het karakter van het strafproces van wezenlijk belang, aangezien door het doen van vorderingen of verzoeken de deelnemers positie keuzen in het proces en zij laten blijken of en in welke mate zij van hun processuele bevoegdheden gebruik willen maken. In een proces van enige omvang worden door de deelnemers vaak veel uitlatingen gedaan. Niet elke losse opmerking is evenwel te beschouwen als een vordering of verzoek in de zin van dit artikel. In de jurisprudentie is als — nadere — eis gesteld dat de procesdeelnemers erop dienen te staan dat aan hun wens gehoor wordt gegeven. Tegenover deze eis van vasthoudendheid stelt de rechtspraak evenwel nietigheid, indien de rechter niettemin geen beslissing neemt. Hierin kan de commissie zich vinden en daarom stelt zij voor de formele nietigheid in dit artikel te handhaven.’’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22, en de alinea staat in dat document op bytes 12075 tot 13165.