Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:2.

13. Ik meen dat die vraag ontkennend moet worden beantwoord. De wijzigingen die de raadsvrouw in het proces-verbaal zou willen aanbrengen betreffen, zo blijkt uit de door haar aan de voorzitter gezonden brief, niet de strekking van de verklaring. Het gaat om gestelde onvolledigheden in de weergave op betrekkelijk ondergeschikte punten. Voor zover het de verklaring van verdachte betreft, is dit hersteld doordat de verdachte op de terechtzitting van 25 januari 2000 alsnog zijn verklaring heeft aangevuld op deze punten. Wat resteert is met name, zo stelt de raadsvrouw ook in haar pleitnota, dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 18 mei 1999 onvoldoende zou blijken dat het slachtoffer een zwalkende verklaring heeft afgelegd met betrekking tot de vraag of haar zuster nog thuis woonde in de in haar aangifte vermelde periode. Nu van de zijde van de verdediging uitdrukkelijk hierop is gewezen en de oordelende raadsheren zelf de verklaring van het slachtoffer ter terechtzitting hebben aangehoord, valt niet in te zien hoe de verdachte in zijn belang kan zijn geschaad doordat op het verzoek tot wijziging van het proces-verbaal van de terechtzitting niet is beslist. Ik meen dan ook dat het middel niet kan slagen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22, en de alinea staat in dat document op bytes 14079 tot 15326.