Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 juli 2000, ECLI:NL:PHR:2000:2.

Het verweer (…) dient te worden verworpen. Naar het oordeel van het hof is het tijdsverloop niet zodanig geweest dat dit de conclusie wettigt dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn in de zin van die verdragsbepaling. Verdachte is op 23 april 1996 aangehouden. Verdachte is op 30 december 1997 gedagvaard voor de rechtbank. Op 16 januari 1998 diende de zaak voor het eerste bij de rechtbank, waarna de zaak na aanhoudingen wegens het horen van getuigen behandeld is op de zittingen van 13 maart 1998, 17 juni 1998 en 26 augustus 1998. De rechtbank heeft overwogen dat de termijn tussen 23 april 1996 en 16 januari 1998 wat betreft lengte niet wenselijk was maar niet onredelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3cb2a477faf59b82d7e1bce39d6771396d71baa9d183e37aaed73a8194a13e22, en de alinea staat in dat document op bytes 16309 tot 17048.