Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4044.

7. Ook voor de Hoge Raad was het civielrechte-lijke eigendomsbegrip al eerder niet beslissend voor de uitleg van toebehoren in art. 321 Sr. Ik verwijs hiervoor naar NLR aant. 3 bij art. 321 Sr (supplement 15, p. 1070/71) en de in noot 4 vermelde arresten. Pompe benadrukt de autonomie van het strafrechtelijke ‘toebehoren’ in zijn noot onder HR 13 februari 1933, NJ 1933-580, waar hij de zaak samenvat die aan HR 26 mei 1926 ten grondslag ligt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61, en de alinea staat in dat document op bytes 10697 tot 11159.