Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4044.
1. 10. Wat het geld betreft is het op zichzelf inderdaad denkbaar dat het NBC zich dat weder-rechtelijk heeft toegeëigend. Daartoe doet de toelichting op het middel een beroep op HR 16 december 1975, NJ 1976, 186 m.nt. ThWvV. In de aan dat arrest ten grondslag liggende kwestie (waarin de steller van het middel, mr N.A.M. Schipper, aanvoerde dat niet verduistering, maar oplichting aan de orde was) had een vrouw drieduizend gulden betaald om een auto te laten repareren en die auto vervolgens aan haar te geven. De auto werd wel gerepareerd maar niet teruggegeven. In dat geval nam het hof aan dat de verdachte reeds toen hij de reparatie ver-richtte de intentie had om de auto niet aan de vrouw te geven. De Hoge Raad liet het oordeel in stand dat het geld was verduisterd. Kenne-lijk had het hof aangenomen, zo overwoog de Hoge Raad, dat de verzoeker in die zaak
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61, en de alinea staat in dat document op bytes 12913 tot 13793.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61 | shasum -a 256