Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4044.
11. De laatste klacht van het middel betoogt dat van wederrechtelijke toe-eigening van de dollarobligaties pas sprake zou zijn indien vast staat dat NBC in de onmogelijkheid ver-keerde de afgesproken (of vergelijkbare) dol-larobligaties aan E.E. te leveren. De aan dit middel ten grondslag liggende stelling is on-juist. Al eerder overwoog de Hoge Raad dat ‘on-der omstandigheden ook het zich slechts tijde-lijk de heerschappij over eens anders goed ver-schaffen toeëigenen daarvan kan opleveren’ (HR 22 mei 1990, NJ 1990, 784). Beslissend is of verzoeker als heer en meester over het goed kon beschikken.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61, en de alinea staat in dat document op bytes 14929 tot 15556.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61 | shasum -a 256