Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000
Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4044.
37. Ook deze verklaring is opgenomen in een geschrift waarvan het hof in een nadere bewijs-overweging aangeeft dat het slechts tot het bewijs wordt gebezigd in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen waarop zij betrekking heeft. Daaruit blijkt dat de verklaring niet als getuigenverklaring in de zin van art. 342, eerste lid Sv wordt gebezigd, maar als geschrift in de zin van art. 344, vijfde lid Sv. De beperking dat een getuigenverklaring mededelingen bevat van ‘feiten of omstandighe-den, welke hij zelf waargenomen of ondervonden heeft’ ontbreekt in art. 344, vijfde lid Sv. Voorzover het middel ervan uitgaat dat de verklaring van van der T. een ongeoorloofde conclusie bevat en dus in strijd is met art. 342, eerste lid Sv, geeft het blijkt van een onjuis-te rechtsopvatting (zie HR 22 juni 1983, NJ 1983, 90).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61, en de alinea staat in dat document op bytes 32087 tot 32933.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffc8c0b428b73a152d917cc4d082f0029cee036c0e0a63115f9d38efd3280a61 | shasum -a 256