Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4113.

Bij arrest van 12 juli 1977 inzake Commissie/Nederland (C 89/76, Jur. 1977, p. 1355, SEW 1977, p. 819 m.nt. R. Barents) heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen overwogen dat de keurlonen "niet zijn te beschouwen als heffingen van gelijke werking als douanerechten, mits hun bedrag de werkelijke kosten van de verrichtingen naar aanleiding waarvan zij worden geheven, niet overschrijdt." De Europese Commissie van de Europese Gemeenschappen had voordien bij brief van 15 februari 1971 aan de Staat medegedeeld dat zij van oordeel was dat bedoelde keurlonen waren aan te merken als een heffing van gelijke werking als een uitvoerrecht; volgens de Commissie vormden de vergoedingen geen evenredige tegenprestatie voor een bepaalde en werkelijk verleende dienst, en waren zij daardoor in strijd met onder andere de artikelen 12 en 16 van het EEG-Verdrag. Bij brief van 28 juli 1975 verzocht de Commissie de Staat een einde te maken aan de heffing van bedoelde vergoedingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2a6f41721a7caed50975a6fa118a7fa159f2e408e8fdd3847b45a7ae716cd5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2a6f41721a7caed50975a6fa118a7fa159f2e408e8fdd3847b45a7ae716cd5e, en de alinea staat in dat document op bytes 6746 tot 7747.