Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4113.

Veronderstellenderwijs aannemende dat meergenoemde protestbrieven in samenhang met de brief van 3 april 1978 moeten worden aangemerkt als "declaraties" in de zin van art. 1 van voornoemde wet (declaraties waardoor de verjaring is gestuit) oordeelde het Hof - evenals de Rechtbank - dat daarna telkens een nieuwe verjaringstermijn is aangevangen, zodat de verjaring - voorzover gestuit door de protestbrieven - alsnog is voltooid op 31 december 1988 nu de laatste protestbrief is verzonden op of omstreeks 4 maart 1983.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2a6f41721a7caed50975a6fa118a7fa159f2e408e8fdd3847b45a7ae716cd5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2a6f41721a7caed50975a6fa118a7fa159f2e408e8fdd3847b45a7ae716cd5e, en de alinea staat in dat document op bytes 14981 tot 15513.