Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4113.
8. Aangezien de Staat - uitsluitend met betrekking tot de vóór 1 januari 1986 verrichte betalingen - zich erop beroept dat de vordering uit onverschuldigde betaling reeds was verjaard vóór de inleidende dagvaarding van 19 december 1991, blijft de verjaring in deze zaak - in beginsel - beheerst door oud recht, dat wil zeggen door de Wet van 31 oktober 1924, ingetrokken bij art. XVI van de Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 NBW (achtste gedeelte). Rechtbank en Hof zijn terecht daarvan uitgegaan. Zoals gezegd, verjaren geldvorderingen ten laste van de overheid ingevolge art. 1 van deze wet niet door de (naar oud recht geldende) algemene termijn van dertig jaar, doch reeds door verloop van vijf jaren na de 31ste december van het jaar waarin de schuld "opvorderbaar" is geworden: de verjaring wordt gestuit door indiening van "eene declaratie bij de betrokken administratie".
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2a6f41721a7caed50975a6fa118a7fa159f2e408e8fdd3847b45a7ae716cd5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2a6f41721a7caed50975a6fa118a7fa159f2e408e8fdd3847b45a7ae716cd5e, en de alinea staat in dat document op bytes 19985 tot 20879.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f2a6f41721a7caed50975a6fa118a7fa159f2e408e8fdd3847b45a7ae716cd5e | shasum -a 256