Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4113.

11. Gold voor vorderingen uit onverschuldigde betaling naar het hier nog toepasselijke oude recht ingevolge art. 2004 (oud) BW de algemene verjaringstermijn van dertig en voor vorderingen tegen de overheid een korte termijn van vijf jaar, aanvangend onverschillig of de schuldeiser bekend was met het bestaan van zijn vordering (zie Uw arrest van 27 november 1964, NJ 1965, 51 en Uw arrest van 3 november 1995, NJ 1998, 380, m.nt. CJHB), naar huidig recht geldt een ander stelsel. Voor vorderingen uit onverschuldigde betaling geldt thans ingevolge art. 3:309 BW - evenals voor vorderingen tot schadevergoeding ingevolge art. 3:310 - een korte vijfjarige verjaringstermijn die pas aanvangt als de schuldeiser bekend is met het bestaan van zijn vordering (en de persoon van de ontvanger) en - in verband met de eisen van de rechtszekerheid - een lange termijn van twintig jaar die aanvangt onverschillig of sprake is van bekendheid; voor vorderingen tegen de overheid geldt niet langer een afwijkende regeling. Vermelding verdient overigens dat Hartkamp van oordeel is dat het nieuwe stelsel principieel dient te worden verworpen voorzover het erop neerkomt dat een vorderingsrecht kan verjaren voordat het bestaan van de vordering aan de schuldeiser kenbaar is (zie Asser-Hartkamp I, 1996, nr. 674).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f2a6f41721a7caed50975a6fa118a7fa159f2e408e8fdd3847b45a7ae716cd5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f2a6f41721a7caed50975a6fa118a7fa159f2e408e8fdd3847b45a7ae716cd5e, en de alinea staat in dat document op bytes 28039 tot 29351.