Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000

Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4114.

4. De Rechtbank te 's-Gravenhage achtte Woud-send in haar tweede tussenvonnis geslaagd in het haar opgedragen bewijs dat tussen [slachtoffer] en [bedrijf] sprake was van een gezagsverhouding zodat [slachtoffer] werknemer was in de zin van art. 3 Ziekenfondswet. Zij kwam bij eindvonnis tot de slotsom dat [slachtoffer] op grond van de Ziekenfondswet aanspraken geldend kon maken, dat Nationale Nederlanden op grond van art. 3.4.3 van haar polis-voorwaarden niet gehouden was aan [slachtoffer] diens ziektekosten te vergoeden en dat Nationale Nederlanden derhalve niet op grond van art. 284 K. is gesubrogeerd in de rechten van [slachtoffer] en geen regres kan nemen op Woudsend voor door haar aan [slachtoffer] gedane uitkeringen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903, en de alinea staat in dat document op bytes 7548 tot 8291.