Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4114.
Koopmans stelde vast dat men aan de ene kant kan menen dat het niet aangaat de particuliere verzekeraar uit een oogpunt van verhaal in een slechtere positie te brengen dan wanneer zijn verzekerde geen werknemer zou zijn aangezien de wet erkent dat de verzekerden de vrijheid hebben een particuliere verzekering te sluiten. Aan de andere kant is het, aldus Koopmans, ook mogelijk vol te houden dat de verzekerde zelf moet weten of hij zich al dan niet bij het ziekenfonds aanmeldt, maar dat zijn beslissing om dat niet te doen geen gevolg mag hebben voor de derde op wie verhaal wordt uitgeoefend; dat laatste is met name van belang omdat het zieken-fonds, anders dan de particuliere verzekeraar, slechts verhaal op de werkgever of op een medewerknemer kan nemen ingeval van opzet of bewuste roekeloosheid (art. 83c Zieken-fondswet). Koopmans koos voor de eerste opvatting. Uw Raad is hem daarin gevolgd; dat blijkt met name niet alleen uit Uw overweging met betrekking tot art. 6:100 BW, doch ook uit Uw overweging dat art. 83c Zieken-fondswet niet bij wege van analogie van toepas-sing is op een vordering tot verhaal van ziektekosten gegrond op art. 284 K..
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903, en de alinea staat in dat document op bytes 20195 tot 21369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903 | shasum -a 256