Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4114.
12. Anders dan het middel kennelijk wil beto-gen, heeft Uw Raad zich in zijn arrest niet uitgelaten over de vraag of het enkele bestaan van de keuzevrijheid met betrekking tot de ziekenfondsverzekering meebrengt dat de particuliere verzekeraar - gezien de eisen van de redelijkheid en billijkheid - tegenover zijn verzekerde die zich niet bij een ziekenfonds heeft aangemeld, geen beroep kan doen op een in zijn alge-mene voor-waarden opgenomen bepaling dat geen aanspraak op vergoe-ding van de verzekerde kosten bestaat ingeval aanspraken kunnen worden gemaakt krachtens een wettelijk geregelde verzekering. Een bevestigende beantwoording van deze vraag impli-ceert, zoals Woudsend opmerkt, dat een dergelijke uitsluitingsclausule ongeoorloofd is, een clausule die met name ertoe kan strekken - zoals Woudsend betoogt - de verzekeraar van vergoeding van kosten te ontheffen in gevallen waarin hij de kosten niet op een derde kan verhalen. Naar mijn oordeel staat de uit het systeem van de Zieken-fondswet voort-vloeiende keuzevrij-heid met betrekking tot de ziekenfondsverzekering niet eraan in de weg dat particuliere verzekeraars in hun verzekeringsovereenkomsten een uitsluitingclausule opnemen als hier aan de orde en evenmin dat zij zich op die clausule beroepen. Daarbij teken ik aan dat ingevolge art. 7 van de Ziekenfondswet premierestitutie moet volgen over de periode waarin de ziekenfondsverzekering is gaan gelden. Wel kan onder bijzondere omstandigheden een beroep op een zodanige uitsluitingsclausule in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid, zoals bijvoorbeeld ingeval de verzekerde zich niet meer tot het ziekenfonds zou kunnen wenden. Daarvan is in casu geen sprake geweest, zoals het Hof in cassatie onbe-streden overwoog. Dat overigens van bijzondere omstandigheden sprake is geweest die meebrengen dat Nationale Nederlanden tegenover haar verzekerde geen beroep kon doen op haar uitsluitings-clausu-le is gesteld noch gebleken. In dit verband verdient overigens vermelding dat Nationale Nederlan-den zich kennelijk bij de vergoeding van de ziektekosten in het geheel niet ervan bewust is geweest dat zij zich op haar exoneratie kon beroepen; pas na ver-wijzing is zij zich erop gaan beroepen dat haar naar redelijkheid en billijkheid geen beroep op haar clausule vrijstond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903, en de alinea staat in dat document op bytes 21426 tot 23743.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903 | shasum -a 256