Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4114.
14. Het in het middel vervatte betoog kan naar mijn oordeel niet worden aanvaard. Met Woudsend en haar raadsman ben ik van oordeel dat naar huidig recht - mede in verband met de eisen van de rechtszekerheid - van subrogatie op de voet van art. 284 K. alleen sprake kan zijn ingeval van "verplichte betaling". Anticipatie op art. 7.17.2.25 is naar mijn oordeel prematuur nu deze bepaling deel uitmaakt van een wetsontwerp dat welis-waar is ingediend, doch waarover de Tweede Kamer zich nog niet heeft kunnen uitspreken omdat de parlementaire behandeling nog niet is aangevange-n. Daarbij komt dat art. 7.17.2.25, zoals gezegd, met name ertoe strekt te voorkomen dat verzekeraars worden afgehouden van het doen van uitkeringen uit coulance. Van een dergelijke uitkering is in casu geen sprake; de onverplichte betaling van Nationale Nederlanden is geenszins uit "coulance" verricht, althans dat is gesteld noch gebleken. Dat pleit - anders dan het middel met zijn beroep op de ziekenfondsvrijheid wil betogen - tegen anticipatie. Overigens is er ook voor gevallen van coulance geen noodzaak tot anticipatie. De verzekeraar die uit coulance een uitkering doet, kan immers ook naar huidig recht bereiken dat hij in de rechten van de verzekerde treedt: hij kan zich immers de vorderingen van de verzekerde terzake van het schadeveroorzakend voorval laten cederen, een mogelijkheid waarvan in de praktijk ook gebruik wordt gemaakt. Bij de parlementaire behandeling van art. 7.17.2.25 kan bovendien nog aan de orde komen of wellicht een speciale regeling moet worden getroffen voor gevallen waarin de verzekeraar onverplicht uitkeert, niet uit coulance doch omdat hij nalaat zich op een exoneratie als de onderhavige te beroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903, en de alinea staat in dat document op bytes 26865 tot 28600.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d91e29f281c2ab931031217a867c041a22a487f73f913872a15328f030bcb903 | shasum -a 256