Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4276.
d) De parlementaire geschiedenis van de Wet op de CAO levert geen relevante gezichtspunten op voor de betekenis van het begrip 'beding' in art. 12. Hetzelfde geldt voor de jurisprudentie, alsook voor de literatuur; men zie W.F.A. van Haersolte, De bescherming van de collectieve arbeidsovereenkomst door het recht (1931), p. 30 e.v.; P.W. Kamphuisen, De collectieve en de individuele arbeidsovereenkomst (1956), p. 29 e.v. (die opmerkt dat men ieder beding afzonderlijk moet bekijken en niet de individuele overeenkomst in haar geheel); W.J.P.M. Fase, C.a.o.-recht (1982), p. 52; Bakels/Asscher-Vonk/Fase, Schets van het Nederlands arbeidsrecht (1998) nr. 4.4.1.2; A. Stege, Sociaal recht 1998, p. 295 e.v.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd850fbf89be4ce6ef0b1293d18cea44f9fd1aa185c5cb3abeb325e2a0dd8ec4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd850fbf89be4ce6ef0b1293d18cea44f9fd1aa185c5cb3abeb325e2a0dd8ec4, en de alinea staat in dat document op bytes 11096 tot 11815.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd850fbf89be4ce6ef0b1293d18cea44f9fd1aa185c5cb3abeb325e2a0dd8ec4 | shasum -a 256