Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4276.
Het feit dat de rechtbank de door de werknemer gedane opgave van overuren, ondanks de betwisting daarvan door de werkgever, heeft geaccepteerd, is niet een voldoende reden voor de passering van het bewijsaanbod: dit had immers geen betrekking op het aantal (boven 45 uur per week) gewerkte uren, maar op het feit dat daarvoor een vergoeding afgesproken was. Zou de rechtbank het bewijsaanbod hebben gepasseerd, omdat zij de stelling dat een vergoeding was afgesproken accepteerde, maar van oordeel was dat deze vergoeding een onderdeel van het afgesproken salaris vormde, dan verdraagt dat zich m.i. niet met het bewijsaanbod, dat onmiskenbaar inhoudt dat de voormelde uren zouden worden uitbetaald naast dat salaris. Een nadere motivering was dan op haar plaats geweest. De klacht wordt dus naar mijn mening terecht voorgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd850fbf89be4ce6ef0b1293d18cea44f9fd1aa185c5cb3abeb325e2a0dd8ec4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd850fbf89be4ce6ef0b1293d18cea44f9fd1aa185c5cb3abeb325e2a0dd8ec4, en de alinea staat in dat document op bytes 16607 tot 17449.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd850fbf89be4ce6ef0b1293d18cea44f9fd1aa185c5cb3abeb325e2a0dd8ec4 | shasum -a 256