Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4277.
3.4 Ingeval zonder meer zou moeten worden uitgegaan van de juistheid van hetgeen door het slachtoffer te berde wordt gebracht, zou een premie worden gesteld op het betrekken van onjuiste stellingen. Dat is uiteraard geen wenkend perspectief. Zou men slechts acht willen slaan op subjectief werkelijk gemeende stellingen, dan wordt de rechter geplaatst voor het dilemma dat hij moet gaan uitmaken welke stellingen het slachtoffer wél en welke het niet ernstig meent. Hij zou dan in het algemeen met de handen in het haar staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57331dce0f752c57e944bb4386d0f2c9cf782874120dae11c0cd4da78dd1dc60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57331dce0f752c57e944bb4386d0f2c9cf782874120dae11c0cd4da78dd1dc60, en de alinea staat in dat document op bytes 20534 tot 21075.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/57331dce0f752c57e944bb4386d0f2c9cf782874120dae11c0cd4da78dd1dc60 | shasum -a 256