Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4277.

3.6 Dat de uiteenzettingen van het slachtoffer niet doorslaggevend kunnen zijn, vindt mede hierin haar verklaring dat het in gevallen als de onderhavige gaat om de vraag wat de benadeelde, geabstraheerd van het ongeval, in de - niet zelden verre - toekomst zou hebben gedaan. Ook wanneer men wil aannemen dat de verklaringen van de benadeelde in of voorafgaand aan de procedure geheel oprecht zijn - waaraan ik in casu niet wil twijfelen - blijft overeind dat het gaat om een toekomstige fictieve situatie. Het spreekt zeker niet voor zich dat een slachtoffer daaromtrent een voldoende gefundeerde prognose kan maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57331dce0f752c57e944bb4386d0f2c9cf782874120dae11c0cd4da78dd1dc60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57331dce0f752c57e944bb4386d0f2c9cf782874120dae11c0cd4da78dd1dc60, en de alinea staat in dat document op bytes 21775 tot 22405.