Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.

2.37 Onderdeel 4 bevat twee klachten. Allereerst komt het op tegen de vaststelling in rov. 6 onder b van hetgeen [eiser] bij pleidooi nader heeft gesteld, namelijk dat hij twee contracten heeft opgemaakt en door de heer en [oprichtster] heeft doen ondertekenen omdat hij hun huwelijksgoederenregime niet kende en dat partijen een geldlening zijn overeengekomen maar deze hebben willen formuleren als een koopovereenkomst met een terugkoopbeding. Het onderdeel klaagt enerzijds dat deze stellingen van [eiser] niet uit het proces-verbaal van de zitting blijken en anderzijds dat de in die overweging bedoelde gang van zaken al uitvoerig was toegelicht bij conclusie van repliek in eerste aanleg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 46299 tot 47007.