Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.

2.41 Het onderdeel mist feitelijke grondslag voorzover het op de stelling is gebaseerd dat hof reeds in deze enkele omstandigheid een argument heeft gezien om [verweerster] voorshands in het door haar te leveren bewijs geslaagd te achten. Het hof heeft die omstandigheid immers in samenhang bezien met enerzijds het feit dat het - kort gezegd - in hoge mate twijfelachtig is of [eiser] de door hem genoemde schilderijen en iconen ooit heeft bezeten en anderzijds dat hetzelfde geldt voor het bestaan van de gestelde koper [koper].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 49344 tot 49887.