Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.
2.51 Het onderdeel faalt omdat het feitelijke grondslag mist. Zoals in het onderdeel zelf wordt gesteld heeft [eiser] immers schriftelijk tegenover [verweerster] verklaard dat het omstreeks eind 1987 tot hem begon door te dringen dat [oprichtster] haar toezegging tot afbetaling van geldlening wel eens niet gestand zou kunnen doen.25 Het is niet onbegrijpelijk dat het hof deze uitlating heeft opgevat in de door hem daaraan toegekende zin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 57251 tot 57705.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd | shasum -a 256