Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Alinea 134 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.
Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het hof geoordeeld dat redelijkerwijs mag worden aangenomen dat [oprichtster] althans enige aantekening in haar dagboek zou hebben geplaatst over de schilderijentransactie met [eiser] en/of over haar problemen met de terugbetaling van de door laatstgenoemde gestelde geldlening, als die transactie en deze lening inderdaad tot stand zouden zijn gekomen. Het hof was niet tot een nadere motivering gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 59321 tot 59779.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd | shasum -a 256