Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.

1.4 [Eiser] legde aan zijn vorderingen onder a) en b) ten grondslag dat [oprichtster] bij schriftelijke overeenkomst van 21 december 19842 aan hem heeft verkocht en geleverd de acht bovenbedoelde schilderijen gesigneerd door Piet Mondriaan en de werken van Maris en Braakensiek. In die akte verleende [oprichtster] hem tevens kwijting voor de koopprijs ad f 940.000,-. De schilderijen mochten volgens de akte in haar huis blijven hangen tot en met 31 december 1986, welke termijn bij akte van 6 september 1988 is verlengd tot 31 december 1988. [eiser] stelde zich op het standpunt dat [verweerster] de acht Mondriaans heeft verduisterd, althans onrechtmatig tegenover hem heeft gehandeld door die schilderijen te doen veilen, hoewel hij [verweerster] tevoren tot afgifte daarvan had gesommeerd onder gespecificeerde opgave van zijn eigendomspretenties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 7153 tot 8019.