Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.

“In dit geval, waarin de echtheid van de tekst van een onderhandse akte wordt betwist, dient de vraag hoe de bewijslast moet worden verdeeld in beginsel te worden beant-woord aan de hand van art. 177 Rv. Op grond van bijvoorbeeld de onwaarschijnlijkheid van de stellingen van degene die de akte inroept, is het evenwel mogelijk dat met betrekking tot de totstandkoming van die tekst wordt geoordeeld dat, behoudens tegen-bewijs, moet worden aangenomen dat die tekst later geheel of ten dele boven die handtekening is geplaatst (H.R. 15 maart 1993, NJ 1993, 179).”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 10360 tot 10941.