Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.

2.3 Wat betreft de door het middel aangevoerde rechtsklacht merk ik inleidend op dat naar oud bewijsrecht door sommigen werd geleerd7 - maar door anderen bestreden, althans in relatie tot derden8 - dat een onderhandse akte9 formele bewijskracht had. Hieronder werd verstaan een wettelijk vermoeden dat hetgeen boven de handtekening staat die op het desbetreffende stuk is geplaatst, inderdaad in die vorm is ondertekend en dus niet later buiten voorkennis van de ondertekenaar is toegevoegd. Aan deze bewijskracht kon naar oud recht slechts worden ontkomen langs de weg van de - met vele formaliteiten omgeven - valsheidsprocedure, geregeld in art. 176 Rv (oud).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 18368 tot 19044.