Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.
2.6 Het middel is al aanstonds onaannemelijk omdat uit de geciteerde MvA II bij art. 186 Rv blijkt, dat de wetgever de vraag of een zich als onderhandse akte aandienend geschrift echt is, door art. 177 Rv heeft willen laten beheersen. Hij heeft dat onder meer gedaan omdat aan de rechter een grote vrijheid dient toe te komen met betrekking tot - onder meer - de waardering van het bijgebrachte bewijs:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 24906 tot 25321.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd | shasum -a 256