Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.

2.7 Uit het aan de MvA II bij art. 186 Rv ontleende citaat blijkt weliswaar dat de wetgever bij de vraag naar de bewijslastverdeling bij betwisting van de echtheid van de tekst, primair het antwoord heeft gezocht in omstandigheden die de tekst zelf betreffen. Maar daarnaast heeft hij rekening gehouden met de mogelijkheid dat ook op grond van andere omstandighe-den aannemelijk kan zijn dat er bij de totstandkoming van de tekst onregelmatigheden zijn opgetreden, zulks blijkens de in de “Inleiding” op het nieuwe bewijsrecht gemaakte opmerking. In de MvA II op art. 186 Rv is (dan ook) niet gesteld dat deze andere omstandigheden uitsluitend betrekking mogen hebben op de totstandkoming van de akte en niet op de inhoud daarvan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 26569 tot 27317.