Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.

2.9 Het is waar dat in deze lezing van het arrest, de rechter zich bij de verdeling van de bewijslast wat betreft de echtheid of valsheid van een stuk dat zich aandient als een onderhandse akte, mag begeven in vragen die behoren tot de materiële bewijskracht van de akte. Dit wijst echter niet op begripsverwarring, maar komt doordat in het onderhavige geval - zoals opgemerkt in noot 9 - nu juist de (voor)vraag aan de orde is, óf het desbetreffende geschrift als akte heeft te gelden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 28574 tot 29075.