Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.
2.19 Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Het hof heeft immers blijkbaar bedoeld dat het geschrift waarin de door [eiser] gestelde koopovereenkomst zou zijn belichaamd, alleen daarom genoeg plaatsruimte biedt boven de handtekening van [oprichtster], omdat de gehele tekst achter elkaar door is getypt. Dit heeft de argwaan van het hof opgewekt - in welk verband het van een onregelmatigheid spreekt - omdat in het mede door [eiser] in het geding gebrachte geschrift van 15 maart 1985, waarin [oprichtster] verklaart dat zij f 15.000,- schuldig is aan [eiser], elke nieuwe bepaling of beding wordt ingeleid met een nieuwe alinea en dit geschrift bovendien met een ruimere regelafstand is getikt. Toch zijn beide geschriften door dezelfde persoon, [eiser], opgemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 34262 tot 35044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd | shasum -a 256