Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 93 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.

2.30 Het onderdeel faalt. [Verweerster] betwist niet dat [oprichtster] een schuld van het in dat stuk genoemde en door haar goedgeschreven bedrag had aan [eiser]. Wat zij echter wél bestrijdt is de door [eiser] daartoe gestelde titel, namelijk - tot een bedrag van f 15.000,- - een geldlening. Volgens [verweerster] was dit gehele bedrag van f 21.000,- de door [oprichtster] aan [eiser] toegezegde tegenprestatie voor het werk dat hij voor haar had verricht in de afgelopen 3 1/2 jaar. In dat verband heeft zij de echtheid van het door [eiser] overgelegde geschrift bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 41286 tot 41876.