Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 94 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4278.

In het licht van dit partijdebat heeft het hof, voortbouwend op zijn oordeel dat de akte tot verkoop van de tien schilderijen voorshands voor vervalst moet worden gehouden, geoordeeld dat ook deze schuldbekentenis vooralsnog als een vervalsing is aan te merken. Anders dan het onderdeel betoogt is dit oordeel niet onbegrijpelijk. Kennelijk heeft het hof voorshands bewezen geacht dat [oprichtster] een blanco stuk heeft getekend en van een goedschrift heeft voorzien ten bedrage van f 21.000, - wegens in haar belang door [eiser] verrichte werkzaamheden. Nu [eiser] dat stuk hanteert ten bewijze van een andere titel, kan inderdaad worden gezegd dat dit stuk in de daaraan door hem gegeven uitleg, voorshands als een vervalsing is aan te merken. Eveneens anders dan het onderdeel meent, impliceert dit oordeel geen ontkenning van de op zichzelf vaststaande schuld tot meergenoemd bedrag van [oprichtster] aan [eiser]. ’s Hofs oordeel behoefde geen nadere toelichting om begrijpelijk te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebf26ecbef6169c0dec2a8c532e9562a66c9571454c36f12fefbef4d5f128cd, en de alinea staat in dat document op bytes 41884 tot 42892.