Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4281.

2.2 Hieruit volgt echter niet, zoals het hof kennelijk heeft geoordeeld, dat op die enkele grond [de moeder] mocht worden beschouwd als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij. Ook onder zodanige omstandigheden dient de appèlrechter immers te onderzoeken of de vordering in eerste instantie al dan niet terecht is afgewezen omdat daarvan afhankelijk is wie de kosten van het hoger beroep dient te dragen.2

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c74eec3a288c8a75604fcef839220dbe9cc5eb0bf82fabcfa541d61d8897cd6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c74eec3a288c8a75604fcef839220dbe9cc5eb0bf82fabcfa541d61d8897cd6a, en de alinea staat in dat document op bytes 9210 tot 9640.