Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2000

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4438.

2.9 Opgemerkt moet nog worden dat in de literatuur, Van Gaalen een andere opvatting lijkt te zijn toegedaan. In een geval als het onderhavige is verrekening, zo schrijft hij9, niet mogelijk omdat de huurvorderingen nog niet opeisbaar zijn. Aangenomen moet echter worden dat in het door hem gegeven voorbeeld, van een misverstand sprake is. Bedoeld zal zijn dat de partij die een beroep op verrekening doet, zich daartoe niet kan baseren op een vordering die op dat moment nog toekomstig is. In het onderhavige geval zou verrekening dus zijn uitgesloten, als de vordering uit geldlening op 3 april 1995 nog niet opeisbaar was. Een ander geval is echter aan de orde als de partij die zich op verrekening beroept, daarmee een eigen (huur)schuld wenst te betalen die op dat moment nog niet opeisbaar is. In beginsel heeft de schuldeiser door die vervroegde betaling immers uitsluitend (een rente)voordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ed59b2add27ab721053ed34c440ffe788152e19205ea9a1f92eaaece2d6a38a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ed59b2add27ab721053ed34c440ffe788152e19205ea9a1f92eaaece2d6a38a, en de alinea staat in dat document op bytes 20851 tot 21765.