Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2000
Alinea 69 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4438.
2.17 In deze drie elementen tezamen, maar vooral in dat laatste, acht ik de bijzondere samenhang tussen vordering en tegenvordering gelegen die noodzakelijk is om een beroep op de onderhavige, meest vérstrekkende uitzondering van art. 6:130 BW te kunnen rechtvaardigen. De op zijn bevoegdheid tot verrekening gebaseerde verwachtingen van [huurder] mogen immers niet worden doorkruist doordat de verhuurderspositie van rechtswege is overgegaan op [verhuurder]. Dat zou tegenover [huurder] onredelijk zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ed59b2add27ab721053ed34c440ffe788152e19205ea9a1f92eaaece2d6a38a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ed59b2add27ab721053ed34c440ffe788152e19205ea9a1f92eaaece2d6a38a, en de alinea staat in dat document op bytes 27751 tot 28269.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ed59b2add27ab721053ed34c440ffe788152e19205ea9a1f92eaaece2d6a38a | shasum -a 256