Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2000
Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4438.
2.29 Wat betreft de (extra) opbrengsten die [verhuurder] zou hebben gehad omdat hij de koelruimte volgens [huurder] aan derden heeft verhuurd, is evenmin voldaan aan de vereisten van art. 6:212 BW. [Huurder] is immers niet verarmd door het enkele feit dat zij huur voor een koelruimte heeft betaald, waarvan zij niet het genot heeft gehad. Dit zou slechts anders zijn als het begrip “verarming” in het kader van een beroep op ongerechtvaardigde verrijking, abstract zou moeten worden uitgelegd.31 Een daartoe strekkend voorstel van met name Schoordijk32 is besproken bij de totstandkoming van art. 6:104 BW, dat een vordering geeft tot afdracht van - kort gezegd - onrechtmatig genoten winst. Tijdens de discussie in het parlement is daarover onder meer opgemerkt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ed59b2add27ab721053ed34c440ffe788152e19205ea9a1f92eaaece2d6a38a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ed59b2add27ab721053ed34c440ffe788152e19205ea9a1f92eaaece2d6a38a, en de alinea staat in dat document op bytes 38803 tot 39584.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6ed59b2add27ab721053ed34c440ffe788152e19205ea9a1f92eaaece2d6a38a | shasum -a 256