Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2000
Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4574.
Met de steller van het middel ben ik het dan eens dat het hof aldus het zelf gecreëerde beroep op noodweerexces onbegrijpelijk gemotiveerd heeft verworpen voorzover het hof die verwerping grondt op het verweer dat verzoeker niet opzettelijk zou hebben geschoten. Dat verzoeker zich B primair B op het standpunt heeft gesteld dat hij geen opzet heeft gehad om op het slachtoffer te schieten (aangevoerd is onder meer op dit punt dat verzoeker zou zijn gevallen en daardoor per ongeluk het fatale schot zou hebben gelost) ontslaat het hof niet van de verplichting om op het volgens het hof gedane beroep op noodweerexces te beslissen ook in het licht van de - (meer) subsidiair gevoerde B verweren.6 Hoewel de gedachte plausibel is dat een beroep op noodweer(exces) slechts met vrucht zou kunnen worden gedaan na een gave bekentenis van het achterliggende delict, zulks gelet op de ratio van dat beroep, stelt de wet de desbetreffende responsieplicht niet in dit licht. Ik meen dan ook dat =s hofs oordeel op dit punt van onjuistheid getuigt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/941fefb96447c134a30c556cc47798c3bb94b5e0a5faf5cff0b70c27efaeda0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 941fefb96447c134a30c556cc47798c3bb94b5e0a5faf5cff0b70c27efaeda0e, en de alinea staat in dat document op bytes 19739 tot 20795.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/941fefb96447c134a30c556cc47798c3bb94b5e0a5faf5cff0b70c27efaeda0e | shasum -a 256