Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000

Alinea 10 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4606.

1) De feiten waarvan in cassatie kan worden uitgegaan, staan vermeld in het vonnis van de rechtbank Utrecht van 27 maart 1996, r.o. 2. De eiser van cassatie, [verkoper], heeft in augustus 1993 zijn woonboerderij in Beesd verkocht aan de verweerders in cassatie (hierna: [kopers]), te leveren op 1 juli 1994, welke datum later is vervroegd tot 19 april. [Kopers zijn] op laatstgenoemde datum niet bij de notaris verschenen, aangezien bij een bodemonderzoek in maart en april was gebleken dat de grond in de buurt van de schuur vervuild was, zodat hij zijn voornemen om die schuur door een nieuwe te vervangen (in verband met zijn hobby, het houden van vee) slechts ten uitvoer kon brengen indien hij een schone-grondverklaring kon overleggen; voor het verkrijgen van een bouwvergunning was sanering vereist. Partijen hebben elkaar over en weer aansprakelijk gesteld en met rechtsmaatregelen bestookt. [Verkoper] heeft, na daartoe in kort geding veroordeeld te zijn, de grond doen saneren; de sanering bleek meer tijd in beslag te nemen dan voorzien. Uiteindelijk is de boerderij in juli 1995 overgedragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dce4bfdf9f5cf2666d09b41be1e32183b075bb552ea4091b4b3ef3fa7f6d721c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dce4bfdf9f5cf2666d09b41be1e32183b075bb552ea4091b4b3ef3fa7f6d721c, en de alinea staat in dat document op bytes 4621 tot 5740.