Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4607.

2.2.3 In casu heeft het hof kennelijk geoordeeld dat van een terugval in inkomen door beëindiging van de alimentatie geen sprake is of dat deze relatief onbetekenend is. Dit oordeel is enerzijds gestoeld op de erkenning van de vrouw dat zij er netto op vooruitgaat zodra de alimentatie-verplichting wordt beëindigd (rov. 4.6.1.) en anderzijds op de overwegingen dat de vrouw slechts zal hoeven interen op een bedrag van ¦ 8.000,--, dat in de afgelopen jaren de alimentatiebijdrage die zij van haar man ontving niet toereikend was om geheel in haar levensonderhoud te voorzien en dat dat meebrengt dat bij onveranderde omstandigheden haar vermogen in de woning nog verder zou zijn geslonken. Dit alles bracht het hof tot de conclusie (rov. 4.6.3), dat van een inkomensachteruitgang in dit geval dan ook geen sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/814f42233e2976cfb2a5b4ac19f2028521111a4df89134d1537629eb313c65b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 814f42233e2976cfb2a5b4ac19f2028521111a4df89134d1537629eb313c65b7, en de alinea staat in dat document op bytes 21337 tot 22171.