Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 januari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4607.
2.4.4 Er zijn echter ook schrijvers die verdedigen, dat de periode tot aan het in kracht van gewijsde gaan van de scheiding van tafel en bed bepalend is. Zie E. Lutjens, Pensioenverevening bij scheiding een juridische slangenkuil, NJB 1997, p. 712, verwijzend naar een brochure van het ministerie van Justitie. Hij acht het plausibel, dat dit de bedoeling van de wetgever is geweest, terwijl de tekst van de wet deze interpretatie insluit of in elk geval geenszins onmogelijk maakt. Aldus ook W.P.M. Thijssen in zijn noot onder Rb ‘s-Gravenhage 20 december 1996, PJ 1997, 16. De schaarse jurisprudentie kiest eveneens voor deze uitleg. Behalve de uitspraken van rechtbank en hof in het onderhavige geval is er een vonnis van de rechtbank ‘s-Gravenhage 20 december 1996, kenbaar uit het artikel van Lutjens, uit de noot van Thijssen en uit P.M. Siegman, Twee jaar ervaringen met de wet verevening pensioenrechten bij scheiding I, EchtscheidingBulletin 1997, nr. 4, p. 6.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/814f42233e2976cfb2a5b4ac19f2028521111a4df89134d1537629eb313c65b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 814f42233e2976cfb2a5b4ac19f2028521111a4df89134d1537629eb313c65b7, en de alinea staat in dat document op bytes 30082 tot 31069.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/814f42233e2976cfb2a5b4ac19f2028521111a4df89134d1537629eb313c65b7 | shasum -a 256